Masterclass congres Leonardostichting
Op 9 april mocht ik een masterclass geven voor de Leonardostichting in Amersfoort. Het onderwerp van deze masterclass was Mediageletterdheid. Ik ben hierin ingegaan op de risico’s, maar voor de kansen die het Internet ons in het onderwijs kan bieden. Kijken naar de positieve kant, zonder de negatieve kant uit het oog te verliezen. Mede door onderzoek dat door Kenniscentrum Mijn Kind online gedaan is naar het Internet-gebruik door jongeren in Europa, is te zien dat Nederland een hoog Internet gebruik heeft, maar ook een hoog risico heeft. Mijn gedachten hierbij zijn dat het verlagen van het risico, waardoor er meer aandacht is voor de kansen die het Internet ons kan bieden, mediageletterdheid een meerwaarde is voor het onderwijs. Leerlingen informatievaardigheden aanleren, mediawijs maken en ook nog eens vaardiger maken in het ontwikkelen van creatieve media content kan ervoor zorgen dat het onderwijs voor zowel docent als leerling aantrekkelijk wordt. Kritische mediabewuste mensen die leven in de hedendaagse maatschappij van de 21ste eeuw.
De presentatie is hieronder via slideshare te bekijken.
Interview kwartaalblad van Kennisnet Indruk
In de laatste uitgave van het kwartaalblad Indruk van stichting Kennisnet staat op pagina 3 een interview met Wim Hilberdink van het Thorbecke college uit Zwolle en met mij over het vak media en mediageletterdheid of te wel media-educatie. Alhoewel ik niet gelukkig met de titel ben, “media-educatie, doen maakt het voor iedereen leuk”, is de boodschap van het stuk duidelijk.
Het complete blad is gewijd aan het thema mediawijsheid. Zeker de moeite waard om eens te verkennen wat er in Nederland aan initiatieven bestaan m.b.t. dit thema. In de eerdere posts heb ik al duidelijk gemaakt dat het gebruik van media door zowel leerlingen als docenten zeker een meerwaarde voor het onderwijs kan hebben.
Interview Prima-vo
Sinds 1999 geef ik het vak informatica in de bovenbouw havo en vwo. Een aantal weken geleden werd ik op school verrast door een telefoontje. Ik werd gevraagd mee te werken aan een stukje over het vak informatica in het blad Prima-VO. Natuurlijk heb ik toegezegd. Het artikel is te vinden in de januari uitgave van Prima-VO, maar ook online op de website van Prima-online. Leuke bijkomstigheid is dat in het stuk ook het interview met Frans Peeters (www.informaticavo.nl) opgenomen is. Twee oud-studiegenoten uit de eerste trance CODI-Eindhoven.
Het volledige artikel staat in PDF-formaat vind je hier
Kijg ik je stem?
Vandaag is de site online gegaan waarop gestemd kan worden op de Kennisnetambassadeur van 2010. Dit jaar mag ik meedingen naar deze “prijs”, of beter gezegd waardering. Op mijn website educre8or, maar ook op de edu-mashups website van Isidore en van mij, kun je zien waar ik mij zoal mee bezig houd.
De vraag is natuurlijk waarom word je genomineerd? Die vraag heb ik mij een half jaar geleden toen ik benaderd werd ook gesteld. Wat is er nu zo bijzonder aan wat ik doe. Het is toch gewoon mijn werk? Ik heb ooit de opmerking gekregen dat ik aan het hobbyen was. Ik denk dat veel collega’s die met ICT en onderwijs bezig zijn dit vaak te horen krijgen. “Ja jij kunt dat, want het is ook je hobby”. Nee, het is niet mijn hobby. Mijn hobby is wielrennen en sinds kort ook motorrijden (alhoewel ik daar nog het rijbewijs voor moet halen). Wat ik wel zie, is dat ik makkelijk met de verschillende facetten van de ICT om kan gaan. Het levert mij bepaalde gemakken op, die ik zonder dat spul niet zou hebben. Ik ben geïnteresseerd in het kunnen inzetten van middelen die je helpen om vooruit te komen en te laten focussen op de hoofdzaak. De kennis die ik hierbij de afgelopen jaren opgedaan heb, wil ik met anderen delen, waarbij ik natuurlijk ook wil leren van de ervaringen van anderen. Het kennisnetambassadeursnetwerk is daar dan een mooie plek voor. Maar dat is niet de enige plek, je collega’s op school, de FLOS Kenniskring ICT, Academische School en de ADE-groep helpen natuurlijk ook om ervaringen uit te wisselen en je te ontwikkelen.
Ik weet nog goed dat ik in 1990 toen ik 17 jaar was een mobiele telefoon wilde. Het was niet om cool te zijn, maar het ging om de belfunctie. Ik kon namelijk zonder me zorgen te maken gaan fietsen en als ik ergens kwam en ik wist niet meer terug, dan kon ik altijd nog bellen. Je bent onafhankelijker en hebt minder beperkingen. Mooie tochten werden dat door Duitsland, België, Frankrijk, maar helaas in Polen had ik geen bereik en was het toch hard naar het vakantiehuisje fietsen voordat het donker was. Je zult dus wel de omgeving moeten hebben om deze gemakken te kunnen gebruiken. En zo is het ook gegaan met de navigatie op de fiets, of gewoon bij het wandelingen. Je wilt de grenzen verleggen, maar wilt niet te veel risico nemen. Voorheen printte ik de routes gewoon uit, maar toen ik zag dat Garmin een fietsnavigatie uitgaf, was dat iets wat ik zeker moest hebben. Vooraf aan een rit maak ik de route en hoef ik alleen de route op het schermpje of piepje te volgen. Je komt in gebieden waar je normaal gesproken niet komt. Ik kan mij concentreren op het fietsen en genieten van de omgeving. Ik merkte dat ik niet de enige was die op deze manier fietste en zag dat routes te delen waren via het internet. Ook daar kun je voordeel van hebben en zo ga je vervolgens ook je eigen routes delen met anderen en rijd je andermans routes.
Wat ik hier eigenlijk duidelijk wil maken, is dat ik op precies dezelfde manier te werk ga met het gebruik van ICT in het onderwijs als dat ik dat doe met mijn echte hobby fietsen. Een elo is handig om te gebruiken, omdat ik materialen achter kan laten voor mijn leerlingen, maar ook beter inzicht kan krijgen wat zij wel en nog niet onder de knie hebben. Leerlingen online samen laten werken is niet omdat het betere producten worden i.p.v. op papier, maar omdat het meer inzicht kan geven in het proces. Je kunt als docent er je voordeel mee doen. Wat lesmateriaal betreft, zie je dat je materialen kunt delen met andere vakcollega’s. Je bent onafhankelijk t.o.v. de beperkingen die het traditionele onderwijs met zich meebrengt. Maar ook hier, als de omgeving niet die omgeving is waar je van die gemakken gebruik kunt maken, dan loop je vast. Dan lijkt het voor een ander dat je op een eilandje zit en aan het hobbyen geslagen bent.
Als ik dan terugkijk, dan komen de ontwikkelingen en mogelijkheden die ik in het onderwijs zie vanuit mijn hobby of leefomgeving. Net zoals ik de techniek in mijn dagelijks leven gebruik om van gemakken te voorzien en die je kunnen laten focussen op dat wat je interessant vindt en ambieert, doe ik dat ook in het onderwijs. Laat de mensen die het niet zien maar roepen, “je bent aan het hobbyen”. Dan denk ik aan die mooie momenten die ICT mij geeft in zowel het onderwijs als wanneer ik op de (motor)fiets zit.
Je mag op mij stemmen op http://ambassadeurvanhetjaar.kennisnet.nl/
(Mart, Daniël, Guido T en Isidore bedankt voor jullie bijdrage aan het filmpje!!!)
Waarom het bezoeken van bijeenkomsten net als zweefvliegen is.

Bron ( http://www.zweven.eu/Wat-is-Zweefvliegen/)
De afgelopen jaren ben ik regelmatig naar bijeenkomsten, beursbezoek, seminars die over het gebruik van ICT in het onderwijs gegaan. Dit soort bijeenkomsten zal ik het maar noemen zijn meestal “good practise” presentaties, of ideeën die bestaan over hoe het onderwijs rijker kan worden met behulp van ICT. Je hoort in de zaal vaak “dat wil ik ook op school toepassen”. Totdat je terug op school bent en dan beseft dat het eigenlijk helemaal niet mogelijk is, om het nu zo te implementeren. Waar ligt dat aan vraag ik mij dan af. Het leek toch allemaal zo vanzelfsprekend tijdens die bijeenkomst en iedereen was vol lof over de mogelijkheden die geboden werden.
Ik denk dat het voor een groot gedeelte afhangt met welke bedoeling je naar een georganiseerde bijeenkomst gaat. Wat verwacht je mee terug te nemen naar school? Ga je naar een bijeenkomst om te netwerken? Ga je naar een bijeenkomst om verder te komen met het ontwikkelen van je school? Of ga je blanco om je gewoon bij te laten praten over de mogelijkheden die ICT kan bieden?
Kort samengevat kun je naar een bijeenkomst/beurs gaan met de volgende bedoeling:
- Informatiedoelstelling
- Algemene informatie
Je wilt je laten voorlichten over de algemene stand van zaken. - Gerichte informatie
Je wilt je laten voorlichten over een bepaald onderdeel dat je interesse heeft, of een probleem dat je met dit bezoek denkt op te lossen.
- Algemene informatie
- Relatiedoelstelling
Je wilt je contacten onderhouden en de kans dat bij een bijeenkomst interessante contacten kunnen ontstaan is aanwezig. - Transactiedoelstelling
Je gaat naar een bijeenkomst om vervolgens ook afspraken te maken en samenwerkingstrajecten op te zetten.
Kijk ik naar de verschillende bedoelingen, dan ontdek ik dat vaak een bijeenkomst bezocht wordt om twee (vaak niet vooraf bedachte) doelen, namelijk algemene informatie- en relatiedoelstellingen.
Wat het gevaar bij dit soort bezoeken is, is dat je verzeild raakt in een omgeving waarbij je in cirkels blijft ronddraaien. Ik bedoel hiermee te zeggen dat je niet op een hoger niveau komt m.b.t. schoolontwikkeling. Je ontwikkeling van de school kan in handen komen van de externe partners. Ik denk dat het goed zou zijn om vooraf aan te geven waarom je naar een bepaalde bijeenkomst gaat en dat je voor jezelf en de organisatie een aantal stappen doorloopt:
- Bepaal welke beurs/seminar/bijeenkomst je gaat bezoeken
- Bepaal de doelstelling van het bezoek
a) Informatiedoelstelling
b) relatiedoelstelling
c) transactiedoelstelling - Bereid het bezoek van te voren voor.
- Evalueren zelf of met de collega(‘s) waar je mee gaat het bezoek
- Deel de kennis binnen de organisatie d.m.v. bijvoorbeeld een korte publicatie
Het doorlopen van deze stappen verlangt een plan dat de school moet hebben, een beleidsplan gebouwd vanuit de visie van de school. Het is fundament van de school. Het helpt om de school verder te ontwikkelen. Het bezoeken van een seminars, beurzen, bijeenkomsten krijgt dan een hele andere benadering. Het staat in relatie met de schoolontwikkeling waar de school haar voordeel mee kan doen. Plaats je ICT in de schoolontwikkeling, dan zal het niet een buitenbeentje zijn, maar hoort het in je beleid dat je voert om die school te bouwen die je wilt hebben.
Ik vergelijk het met zweefvliegen, om verder te komen moet je de thermiek gebruiken. Cirkelende bewegingen met als doel om hoger en via een volgende thermiekbel verder te komen.
